Paragrafen

Paragraaf Financiering

Algemeen
De financiële administratie is primair ingericht op budgetbeheer en minder op het volgen van kasstromen. Dit heeft tot gevolg, dat investeringen budgettair snel worden verwerkt, maar dat er minder zicht is op (meerjarige) gevolgen voor de treasury.

Renterisicobeheer
In de wet Fido is een norm gegeven voor de omvang van het renterisico. Onder renterisico wordt verstaan de gevoeligheid van de financiële positie van de organisatie voor renteschommelingen. De beheersing bestaat eruit dat de herfinanciering gelijkmatig gespreid moet worden.

Renterisiconorm
De basis van de norm is de omvang van de begroting. Het percentage is 20%. De gemeentelijke aflossingsverplichtingen bevinden zich ruim binnen deze norm.

Renterisiconorm

Omschrijving

Bedragen x € 1.000

Begroting 2025 (afgerond)

168.000

Renterisiconorm

33.600

Aflossingen

1.498

Ruimte onder de risiconorm

32.102

Beschrijving renterisiconorm
De renterisiconorm stelt in de kern dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer dan 20% van de begroting mogen bedragen. Het maximum percentage van 20% moet voor de komende vier jaar worden berekend op basis van de begroting voor het komende jaar.

De norm is bedoeld om het budgettaire risico van rentestijgingen te maximeren. Het gaat erom dat openbare lichamen bewust omgaan met de risico’s van langlopende financiering, vooral het renterisico bij herfinanciering. Hoe meer de looptijd van schuld gespreid wordt, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschommelingen bij herfinanciering. Als de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen worden begrensd tot 20% van de begroting, leidt een rentestijging van 1 procentpunt tot 0,2 procentpunt hogere rentelasten op de begroting. Als de rente met 5 procentpunt stijgt, stijgen de rentelasten op de begroting met 1 procentpunt.

Bedragen x € 1.000

Realisatie 2025

Renterisico op vaste schuld

1a. Renteherziening op vaste schuld o/g

-

1b. Renteherziening op vaste schuld u/g

-

2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld o/g

0

3b. Nieuw verstrekte leningen u/g

0

4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

0

5. Betaalde aflossingen

8.403

6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

8.403

7. Renterisico op vaste schuld (2+6)

8.403

Renterisiconorm

8. Stand van de vaste schuld per 1 januari 2025

25.461

9. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

10. Renterisiconorm

5.092

Toets Renterisiconorm

7. Renterisico op vaste schuld

8.403

10. Renterisiconorm

5.092

11. Ruimte/overschrijding (10-7)

-3.311

Kasgeldlimiet
Bij een primaire begrotingsomvang van ongeveer € 168 miljoen bedraagt de toegestane kasgeldlimiet 8,5% van dit bedrag ofwel € 14,3 miljoen (afgerond). Gedurende 2025 heeft de vlottende schuld de kasgeldlimiet niet overschreden.

KASGELDLIMIET PER 31-12-2025

REALISATIE

1: jan-mrt

2: apr-jun

3: jul-sep

4: okt-dec

Jaar

Vlottende schuld

Opgenomen gelden < 1 jaar

0

Schuld in rekening-courant

1.391

487

14.894

4.193

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

Totaal vlottende schuld

1.391

487

0

14.894

4.193

Vlottende middelen

Uitgeleende gelden < 1 jaar

35.764

36.760

30.026

30.000

33.138

Contante gelden in kas

Tegoeden in rekening-courant

875

219

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

Totaal vlottende middelen

35.764

36.760

30.901

35.823

33.356

Toets kasgeldlimiet

Totaal netto vlottende schuld

-34.373

-36.273

-30.901

-20.929

-30.619

Toegestane kasgeldlimiet

14.280

14.280

14.280

14.280

14.280

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

48.653

50.553

45.181

35.209

44.899

Deze pagina is gebouwd op 05/06/2026 12:00:19 met de export van 05/06/2026 11:54:19